Op de koffie bij bompa Gilbert en zijn kleindochter Margot

26/04/2018 - 13:17
ZiZo schuift op een stralende zondagmiddag aan tafel bij Margot Gysbrechts (20) en haar bompa Gilbert (73) om te praten over familie, vrienden, liefjes en hoe dat allemaal samenkomt. Genoeg stof voor een boeiend gesprek, lijkt ons.

Wanneer besefte je voor het eerst dat je op meisjes viel?

Margot: “Ik denk dat ik een jaar of dertien, veertien was. In het middelbaar merkte ik al dat mijn vriendinnen meer geïnteresseerd waren in jongens dan ik. Maar het was pas sinds ik begon te basketten dat ik mensen leerde kennen die er openlijk voor uitkwamen dat ze op meisjes vielen. ‘Aha’, dacht ik. ‘Misschien is dat het wel’.”

“In het begin wou ik echt allesbehalve op meisjes verliefd worden. Het maakte niet uit wat het wel was, als ik dat maar niet moest toegeven. Uiteindelijk realiseerde ik me dat ik twee dingen kon doen. Het jaren verstoppen en ongelukkig zijn, of er eerlijk over zijn en me beter voelen. Ik koos voor optie twee.”

“Toch heb ik daar een tijdje mee gezeten. Er zat een meisje in mijn klas die uit de kast was en ze werd altijd uitgelachen. Ik wou dat risico niet nemen om tegen mijn vrienden te zeggen: ‘Hey ik ben eigenlijk [praat zachter] zoals dat meisje’. Gelukkig reageerden ze goed, tegen mijn verwachtingen in.”

Hoe heb je het aangepakt om het aan je familie en je vrienden te vertellen?

Margot: “Eerst vertelde ik het aan mijn ouders, gaandeweg aan de hele familie en dan heb ik beslist om mijn hele vriendengroep in een keer in te lichten. De korte pijn hé.” [lacht]

“Ik had een brief naar mijn ouders geschreven omdat ik de woorden nog niet echt kon uitspreken. Daar kreeg ik dan per brief een antwoord op. Ze wilden er niet zonder waarschuwing over beginnen, maar zeiden dat ik altijd mocht komen praten. En dat hebben we gedaan. Mijn broer heb ik dat nooit echt verteld. Hij stelde zich daar ook geen vragen bij. Als mijn lief naar hier kwam, dat was gewoon, ja...”

Bompa: “Normaal.”

Margot: “Inderdaad, normaal. Mijn nichten heb ik het wel zelf verteld, maar ik weet niet meer hoe ik het jullie heb verteld.” [kijkt naar bompa]

Bompa: “Je hebt daar niet echt over gecommuniceerd. Maar de bomma, zij had dat wel door. Je bent uiteindelijk ons kleinkind.  Op familiefeesten nemen de neven en nichten het lief mee, dan zagen we jouw lief op dat moment dus ook.”

Margot: “Inderdaad, ik heb het eigenlijk alleen direct tegen mijn ouders gezegd en daarna is het zo gegroeid. Ik denk dat ik in de maanden waarin ik eerst mezelf probeerde te aanvaarden wel een ambetante puber was.”

Bompa: “We waren allemaal ambetante pubers, hoor. Dat heeft niets met je seksuele geaardheid te maken.” [hilariteit]

In je vriendengroep heb je het in een keer verteld. Was dat een moeilijke stap?

Margot: “Dat wel. Ik wou eigenlijk niet toegeven dat ik op meisjes val, hoewel ik al een relatie had en daarover praatte. Ik gebruikte gewoon geen namen, waardoor zij dachten dat het een heterorelatie was. Nadien zei ik dat ze eigenlijk fout waren en dat ik met een meisje samen was. Daar kwamen vooral goeie reacties op. Bij de basketbal was dat een beetje makkelijker. Ik had het geluk dat ik niet de eerste of de enige was, terwijl dat in mijn vriendengroep lang wel zo was.”

“Op school kwam het uit door een misverstand. Een klasgenoot was mijn vriendin tegengekomen en dacht wel een kans te maken. Zij had zich versproken en niet lang daarna kwam uit dat ik haar lief was. Ik had het bewust nog niet aan die jongens verteld en ze probeerden me wel een paar weken belachelijk te maken, maar dat stopte vrij snel. Daarna was vooral onwetendheid en domme grapjes die je zo vaak hoort. Tja, in een groep krijg je daar gewoonlijk een paar slechte reacties op.”

Bompa: “Op dat moment leer je je vrienden kennen. Eén goede vriend is veel belangrijker dan tien die je niet steunen.”

Vind je sinds je uit de kast bent makkelijker aansluiting bij andere holebi's?

Margot: “Ik ben wel gaandeweg meer op zoek gegaan naar mensen die me aanvaarden zoals ik ben. Mijn vriendengroep staat ook al wat verder op dat vlak. Ze stellen zich daar geen vragen bij.”

Bompa: “Die zijn misschien ook wat 'homo'gener.”

Margot: [lacht] “Ja!”

Bompa: “Ik ken niet al je vrienden, maar als we naar de basketbal komen kijken, zien we ook hoe jullie met elkaar omgaan. Het is een normale gang van zaken. Je hebt ook ploeggenoten die een vriend hebben.”

Margot: “Ik denk dat ik nu zelfs de enige speelster ben die op meisjes valt. Mijn teamgenoten hebben allemaal een vriend, maar als we samen iets gaan doen zeggen ze bewust ‘Neemt iedereen hun lief mee?’ in plaats van 'vriend', zodat ik me ook aangesproken voel.”

Voel je nu meer een verbondenheid met de holebi- en transgemeenschap?

Margot: “Ik zit in een vrijwilligersgroep bij Wel Jong Niet Hetero, een jongerenorganisatie voor holebi’s, waar ook een paar mensen van op mijn studentenjob bij zitten. Een jaar geleden kwam ik voor het eerst in een situatie waarin ik me als lesbische echt onveilig voelde. Ik heb daar toen een opiniestuk over geschreven dat vrij veel aandacht had gekregen. Toen realiseerde ik me wel dat hoewel ik het niet moeilijk had met mijn seksuele geaardheid, en mijn vrienden ook niet, anderen het er soms wel nog lastig mee hadden. Het is niet omdat de coming-out bij mij gemakkelijk gegaan was dat dat überhaupt voor iedereen zo is. Dus ik wilde me meer in die groep gooien en mee een verschil uitmaken door me sneller uit te spreken tegen homofobie.”

“Toen de kranten mijn opiniestuk oppikten, werd ik herleid tot een lesbische tiener. Dat vond ik erg omdat het doel van dat opiniestuk was om af te stappen van zo'n reductie. Zo ben ik sneller beginnen schrijven als er iets gebeurt dat niet oké is, of wanneer iets moet veranderen. Toen Bo Van Spilbeeck naar buiten kwam als transgender en er enkele nare reacties kwamen, dacht ik ook: dit is iets waar we voor moeten opstaan.”

In dat opzicht brengen mensen zoals Bo Van Spilbeek dat onderwerp in de huiskamer.

Margot: “Bo heeft een debat geopend. Ik was best geschrokken van de negatieve reacties.”

Bompa: “Maar er waren ook heel veel positieve.”

Margot: “Ja. Op Twitter heerste er helaas een negatieve sfeer... Dat was slikken. Ik moest reageren. Niet omdat ik hoop dat Van Gils en Gasten daarover gaat debatteren, maar wel om transfoben te tonen dat hun reactie echt niet kan.”

“Bo is een belangrijk figuur omdat zij het eerste grote mediafiguur is dat dagelijks op tv komt. Haar gezin heeft ook de schoonheid van de liefde aangetoond. Ze waren eerst een heterogezin, en nu kiezen ze er bewust voor om geen labels te plakken. Ze zeiden gewoon: ‘We blijven samen omdat we van elkaar houden en dat is het einde van de discussie.’”

Zijn er figuren waar jij naar opkijkt of waar jij inspiratie uit haalt?

Margot: “Ik volg wel veel mensen uit de holebigemeenschap, zoals Cammie Scott en Shannon, twee YouTubesterren uit Amerika. Dat was een lesbisch koppel dat vlogde over hun relatie. De speech van Ellen Page, toen ze zei ‘I'm gay and I'm tired of being someone else,’ dat was ook een inspirerend moment.”

“Vooral mijn vrienden hebben me sterker gemaakt. Vroeger zei ik vaak 'lief' in plaats van 'vriendin' om confrontatie te vermijden. Een vriendin merkte dat op en nu doe ik dat minder, om op een subtiele manier uit te dagen tot denken. Mijn vrienden doen dat door op hekken te klimmen, ik doe dat al schrijvend. Die verschillen in aanpak vind ik plezant.”

“Het is ook belangrijk, er zijn nog steeds dingen die moeten veranderen. Wat gebeurde in het middelbaar, dat was onwetendheid en kuddegedrag. Maar er zijn nog steeds mensen die je uitschelden als je over straat loopt. Er zijn holebi's die een dubbelleven leiden. Dat mijn opiniestuk zo'n impact had, betekent dat homoseksualiteit nog steeds een gevoelig onderwerp is. Sommigen geloofden me niet 'want dit is België en hier gebeuren zo'n dingen niet'. Dat komt hard aan. Het schuilt immers  in de kleine dingen. Van elkaars hand niet vasthouden tot een meter afstand nemen, tot iemand die je uitmaakt voor 'vuile lesbo'.”

Bompa: “Er is nog veel werk aan de winkel.”

Margot: “Inderdaad. Je wordt soms ook herleid tot je seksuele geaardheid. Mensen die naar je verwijzen als 'die lesbische'. Dan heb ik zoiets van... liever niet. Omschrijf me met kwaliteiten en karaktertrekken of zelfs uiterlijke kenmerken, maar niet enkel mijn seksuele geaardheid.”

Je bent dus 'Margot de schrijfster.... die ook lesbisch is'.

Margot: “Dat is goed, dat mag.” [lacht]

Nu we het hebben over schrijven, wat vind jij van Margot haar artikels?

Bompa: [Enthousiast] “Vooral dat opiniestuk van een jaar terug vind ik goed! Toen ik klein was, was seksualiteit taboe, nu wordt er openlijk over gesproken en dat vind ik heel goed. De jeugd is mondiger, stelt gemakkelijker vragen over seksualiteit. Zoals nu met Dokter Bea op Ketnet, daar komt vanalles ter sprake. Misschien zijn er zelfs ouders die meekijken en zeggen: ‘Tiens, dat wist ik niet’.” [lacht]

“Wanneer meer mensen durven praten over hun seksualiteit wordt de cirkel groter en vinden ze elkaar makkelijker. Dat is heel belangrijk. Iedereen heeft twee kanten (mannelijkheid en vrouwelijkheid, red.) in zich zitten. Bij de ene wat meer uitgesproken dan bij de andere. Zelfs als dat uitgesproken is, hoeft dat nog niets met je seksuele geaardheid te maken hebben.”

Wat willen jullie nog meegeven aan mensen die ook zitten met twijfels over hun seksualiteit of hun gender en hoe ze dat kunnen aanbrengen bij hun (groot)ouders, of hun (klein)kinderen?

Margot: “Mijn raad is: zoek niet naar een hokje om in te kruipen. Het is oké om te zeggen 'mama, papa, vrienden, ik weet het niet'. Je moet niet per se die zoektocht doen naar het perfecte label. Je hoeft dat ook niet te hebben om bij de holebi- en transgemeenschap te horen. Als je gelukkig bent met jezelf hebben anderen weinig te zeggen. En als ze daar dan toch iets op zeggen, weet je meteen dat ze weinig meerwaarde leveren tot je leven.”

Bompa: “Ik zou zeggen: communicatie, communicatie, communicatie. Zelfs al is dat op dat moment een harde dobber. Ik denk dat veel ouders te veel bezig zijn met hun eigen problemen en dat ze de problemen van hun kinderen niet zien. Communiceren is vaak luisteren naar wat de andere zegt en dat laten bezinken. Er niet lukraak op antwoorden, want daar los je niets mee op. Met praten misdoe je niets. [kijkt naar Margot] Bij mij mag ze altijd komen klappen. En het leven is simpel, hé. De bloemekes groeien elke dag.”
 

Bron: 

Eigen verslaggeving

Bompa en kleindochter zitten aan tafel en rusten allebei met hun hand op de kin
Portretfoto van Bompa en kleindochter Margot